Hart boven hard Kortrijk

Image
Image

ACTIE VOOR EEN MENSELIJK VERBLIJFSBELEID - 23 maart 2016 - stadhuis Kortrijk

Een Armeens gezin woont meer dan zes jaar op Overleie in Kortrijk. De kinderen gaan naar school, het gezin is goed geïntegreerd. Het zijn “nieuwe Kortrijkzanen” die deel zijn geworden van de Kortrijkse leefgemeenschap.

Enig probleem: de papieren van het gezin raakten maar niet in orde. Gevolg: begin maart 2016 werd de papa opgepakt en naar Armenië teruggestuurd. De mama diende half april het land te verlaten, samen met de kinderen – midden in het schooljaar. Dit gebeurt allemaal voor onze neus. Kinderen worden duizenden kilometers ver gestuurd naar een “thuisland” dat ze niet kennen.

Naar aanleiding van deze situatie gaf Hart boven Hard regio Kortrijk op woensdag 23 maart 2016 een sterk signaal dat zo een uitwijzingen niet menselijk zijn en niet stroken met de intentie van Kortrijk om een Gastvrije Gemeente te zijn. Tegelijk werd de Burgemeester, het stadsbestuur en de lokale politici gevraagd om al het mogelijke te doen om de uitwijzing van dit gezin én dergelijke uitwijzingen in het algemeen mee een halt toe te roepen.

Katrien Verschaeve las in naam van Hart boven Hard regio Kortrijk aan het stadhuis van Kortrijk volgende tekst voor:

“Twee weken geleden kwam mijn kleindochter van school terug met paaseieren die zouden verkocht worden om de inboedel van de familie Pashabezyan naar Armenië te brengen. Wij waren verwonderd dat het gezin, dat hier al meer dan zes jaar op Overleie woont, teruggestuurd zou worden omdat hun papieren maar niet in orde raakten. Toen we contact opnamen met het gezin vernamen we dat de papa twee weken geleden was opgepakt en intussen naar Armenië is teruggestuurd. Na de paasvakantie moet nu ook de rest van het gezin ons land verlaten: mama Lilit en de drie kinderen Gagik (13 jaar), Vahagn (7 jaar) en hun zusje Katrin (4 jaar).

Het kan toch niet dat kinderen duizenden kilometers ver worden gestuurd naar een “thuisland” dat ze niet kennen? Het gezin is goed geïntegreerd. De Pashabezyans zijn “nieuwe Kortrijkzanen” die deel zijn geworden van de Kortrijkse leefgemeenschap. En zoals dit gezin zijn er nog verschillende in Kortrijk. Na de laffe aanslag van gisteren zijn we er meer dan ooit van overtuigd dat we goed geïntegreerde gezinnen als dat van de Pashabezyans moeten omarmen in plaats van weg te sturen.

Vandaag willen we een krachtig signaal geven dat dergelijke uitwijzingen niet menselijk zijn. Kortrijk wil een gastvrije stad zijn. Daarom vragen we de Burgemeester, het stadsbestuur en onze lokale politici om al het mogelijke te doen om dergelijke uitwijzingen mee een halt toe te roepen. Tegelijk roepen we op om vanavond om 20u op de Collegebrug mee onze solidariteit te betuigen met de slachtoffers en hun familie van de aanslag in Brussel en alle andere aanslagen wereldwijd.”

Ook de lokale pers was aanwezig:

  • ‘Stuur hen na zes jaar niet weg’ – hln.be
  • ‘Hart boven Hard voert actie voor uitgeprocedeerd Armeens Gezin’ – Nieuwsblad.be

Image

Op maandag 7 december 2015 organiseerden Hart boven Hard regio Kortrijk en vzw People Help People een ‘Lichtwandeling voor warmte en mededogen’ naar aanleiding van recente incidenten tussen agenten en jonge Kortrijkzanen. 

Begin december 2015 ontstond er in Kortrijk heel wat ophef nadat vier jonge tieners met veel machtsvertoon werden weggevoerd door de politie. De politie dacht dat ze een fiets aan het stelen waren, terwijl ze gewoon moeite hadden om hun eigen fiets open te krijgen. Het voorval veroorzaakte heel wat beroering en discussie, onder meer op sociale media, waar het optreden van de agenten vaak als “overdreven” bestempeld werd.

Enkele dagen na het voorval, vond een “herstelgesprek” plaats tussen de betrokken partijen. Het werd een constructief gesprek tussen de jongeren, hun ouders en de korpschef van de lokale politiezone. Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen leidde het gesprek. Er was ook een vertegenwoordiger van het Meldpunt Discriminatie aanwezig. Op het einde was er een ontmoeting met een delegatie van het stadsbestuur, bestaande uit burgemeester Vincent Van Quickenborne en schepen voor Integratie Philippe De Coene.

Naar aanleiding van dit incident, organiseerden Hart boven Hard regio Kortrijk en vzw People Help People een ‘Lichtwandeling voor warmte en mededogen’ Zo’n 70 mensen namen deel aan de stille ingetogen tocht, zonder slogans of spandoeken, maar met kaarsen en fakkels. De lichtwandeling vertrok aan de Leiebrug, die tijdelijk weer omgedoopt werd tot de ‘Pont du Coeur‘, en van daar ging het naar het stadhuis van Kortrijk. Er werd gepleit voor meer democratie, dialoog en samenhorigheid in onze maatschappij.

Tekst van Bart Noels (Hart boven Hard regio Kortrijk) naar aanleiding van de gebeurtenissen en de Lichtwandeling.

De eindejaarsperiode is een tijd van warmte. Toch kregen we eind november kille boodschappen. Er liggen scherven op de straat waar we onlangs een optocht voor samenhorigheid hebben gedaan. Maar wij willen niet roepen. Wij willen hopen. Wij willen een warme stad voor iédereen. Democratie is een werkwoord. Met twijfel. Met nuance. Met dialoog. Wij vragen het recht op kwetsbaarheid in woorden en opinies. Iedereen kan missen. Herstel komt na de sorry.

Hier staan we nu.
Met lichtjes in onze handen. Met lichtjes op de grond. Met lichtjes in de lucht.

Twee weken liepen we hier ook al in de buurt. Toen hingen we linten aan de bomen om onze samenhorigheid te tonen. Maar er liggen nu scherven op de straat waar we onlangs die optocht hebben gedaan.

Stel je voor, je bent een jonge tiener.
Je ligt geboeid op straat.
Je moet mee naar het bureau en krijgt de behandeling van een verdachte misdadiger. Je bent er voorwerp van spot.
En dat allemaal voor iets dat je niet gedaan hebt.
Hoe voelt een kind zich dan? En hoe ‘thuis’ voelt een kind zich dan?

Stel je voor, je bent agent.
Je bent het niet eens met wat je collega’s doen.
Je vindt dat de regels gevolgd zijn, maar dat een sorry toch op zijn plaats is.
Durf je het gesprek hierover aangaan?

Stel je voor, je bent de politieke baas.
Je ziet het beeld van de kinderen die op straat liggen.
Je leest en hoort de commentaren.
Neem je het op voor het systeem, de hiërarchie, de harde lijn?
Of laat je kwetsbaarheid en twijfel toe?

Stel je voor, je bent burger van deze stad.
Je ziet dit allemaal gebeuren.
Je vindt het gek dat dit gebeurt in onze stad, met onze kinderen.
Neem je het mee op voor dialoog?

Die scherven op straat, dat kan gebeuren. Mensen kunnen missen.
Maar wat zeg je nadien? “Ik had het zo niet bedoeld.” Of: “Ik had het verkeerd ingeschat.”
Je kijkt elkaar in de ogen, je geeft elkaar een hand.
Herstel komt pas na de sorry.

Laat de mens de maat zijn. Tussen ja en nee ligt heel de wereld open.
Wij vragen vanavond een nieuw soort spreken met elkaar. Democratie is een werkwoord. Met twijfel. Met nuance. Waar tegenspraak en verzoening elk een plaats mogen hebben.

Image

Een optocht voor meer solidariteit, meer democratie en meer vrede!

Tweehonderd mensen wandelden op zondag 22 november ’15 te Kortrijk door regen en wind in de ‘Mars voor Vrede & Hoop’.

Op zondag 22 november 2015 vonden naar aanleiding van de aanslagen te Parijs, in verschillende steden en gemeenten in België gelijktijdig wakes plaats in solidariteit met alle slachtoffers van terreur en oorlog. Ook Hart boven Hard regio Kortrijk wilde zich samen met andere organisaties en burgers solidair tonen, en organiseerde de ‘Mars voor Vrede en Hoop’: een optocht voor meer solidariteit, meer democratie en meer vrede.

Waarom? Geschokt door de aanslagen in Parijs, veroordelen de initiatiefnemers dit extreem geweld in alle mogelijke toonaarden. Tegelijk benadrukken ze dat je dit niet los mag zien van de bredere oorlog die momenteel woedt in Syrië en het Midden-Oosten. In dit klimaat van geweld moet je verbindend blijven denken, ook in de Belgische steden. Geweld begint juist waar mensen zich tegen elkaar laten uitspelen, en onschuldigen met de vinger gewezen worden. Daarom wilden ze een signaal van solidariteit en verbondenheid verspreiden.

Door weer en wind trokken tweehonderd mensen met gekleurde linten – symbool voor verbondenheid en medeleven met alle slachtoffers van terreur en oorlog – van de Grote Kring, via de Lange Steenstraat naar de Vlasmarkt. Daar werden de linten met persoonlijke vredesboodschappen verbonden tot één groot vredeslint. Qnioun Jamal Mounir (Voorzitter people HELP people Kortrijk) en Katrien Verschaeve (Hart boven Hard regio Kortrijk) spraken een boodschap voor Vrede en Hoop uit.

De Mars voor Vrede en Hoop was een initiatief van Hart boven Hard Kortrijk samen met ABVV, ACV, Al Minara, Design For A New Future, Groen Kortrijk, Humanistisch Verbond, 11.11.11., Jong Groen Kortrijk, Leiaarde, people HELP people, PVDA, Raad Intercultureel Samenleven Kortrijk, Steunnetwerk voor het Syrische volk, Unie der Zorgelozen.

Tekst van Qnioun Jamal Mounir (Voorzitter people HELP people Kortrijk): klik hier
Tekst van Katrien Verschaeve (Hart boven Hard regio Kortrijk): klik hier

Een dag met Francine Mestrum naar aanleiding van de verzetdag tegen de armoede Hart boven Hard regio Kortrijk

Elk jaar, zo rond half oktober, wordt op veel plaatsen in de wereld stilgestaan bij armoede en sociale ongelijkheid. Ook in Kortrijk vonden een aantal initiatieven plaats die de aandacht alweer wilden vestigen op deze problematiek. Zo was er op zaterdag 17 oktober een optocht door de stad. Die zette mee de tentoonstelling in de verf die A’kzie, de Kortrijkse vereniging waar armen het woord nemen, die dag opende. De tentoonstelling toont foto’s die het verhaal achter armoede weergeven. In de week erop organiseerde het Willemsfonds een debatavond rond het armoedeplan van de stad. En op woensdag 14 oktober nodigde Hart boven Hard Kortrijk Francine Mestrum uit voor een ronde tafel (in de namiddag) en een lezing (’s avonds). Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen, gespecialiseerd in ontwikkelingsproblematiek, en dan vooral in het onderzoek naar armoede, ontwikkeling en internationale organisaties. Zij heeft een gevarieerde loopbaan waarin theorie en praktijk, werk en engagement elkaar afwisselen en aanvullen.

Verbinden

In onze sterk versnipperde samenleving lijkt het omgaan met armoede en sociale uitsluiting soms enkel nog het terrein te zijn van armoedeverenigingen allerhand. Soms besluipt je het gevoel dat dit niet tot ontevredenheid van de ene en de andere is; zo hoeven zij zich er niet meer zo mee in te laten. Toch is armoede overal. We kennen de voorbeelden. Ouders die het kampgeld van hun kind niet kunnen betalen. Achterstallige rekeningen op school. Te dure tickets voor de schouwburg of de sportclub. In één trek passeren zo al vier sectoren de revue – jeugd, onderwijs, cultuur, sport. Rond de tafel die woensdagnamiddag zaten dan ook mensen die actief zijn in verschillende van deze sectoren, vooral dus de zogenaamde ‘zachte’ sectoren. Kunst en cultuur, onderwijs, de zorgsector, er waren ook mensen uit de vakbond. Alle namen ze de voorbije jaren maatregelen om de drempels weg te werken die mensen in armoede beletten om deel te nemen aan hun activiteiten. Maar binnen de verbindende gedachte van Hart boven Hard vroegen we ons af of de vele organisaties, uit deze en andere sectoren, die begaan zijn met de problematiek, in een gezamenlijke aanpak niet ook méér structureel op het armoededebat en –beleid zouden kunnen wegen, zo ze dit willen. Mestrum gaf volop stof tot discussie rond deze kwestie met het ontkrachten van in haar ogen vijf mythes rond armoede (deze ontkrachtingen waren ook de essentie van de lezing die ze ’s avonds zou geven).

Mythes

Dat armoede een ‘consensusthema’ is, om te beginnen. Iedereen lijkt het er inderdaad over eens te zijn dat armoede een probleem is, een smet op onze welvarende samenleving, een uit te roeien zaak. Tot het gaat over hoe het probleem aan te pakken. Dan zeggen de enen ‘het is hun eigen schuld, we moeten ze niet helpen maar straffen’; zeggen de anderen ‘het is misschien hun eigen schuld, maar we moeten ze niet straffen maar zorgen dat ze tot onze gemeenschap van normale consumenten kunnen toetreden’; zeggen de anderen ‘armoede is geen probleem van individuen, noch raakt het opgelost door de markt vrij te laten werken, maar het is een probleem van de democratische samenleving en moet daar worden opgelost’. Francine Mestrums conclusie? Armoede is meer dan een ‘objectief’ probleem een politiek thema en vereist dus politieke oplossingen. Hop naar een tweede mythe, waarvan de weerlegging aansluit bij de laatst aangehaalde politieke positie: armoede zou een probleem zijn van arme mensen, en rijke mensen kunnen dit probleem mee oplossen. Tegenover dergelijke oplossing die een politiek ten aanzien van de armen zou inhouden, voert Mestrum een globale solidariteit aan en verdedigt ze een sociale bescherming voor iedereen. Het is de boutade A policy for the poor is a poor policy. Met andere woorden: iets als sociale zekerheid uitbouwen is belangrijker dan armoedebestrijding. Het brengt Mestrum bij haar derde mythe: dat armoedebestrijding prioritair zou moeten zijn. Neen, prioritair moeten we volgens haar voorkomen dat mensen arm worden. Naast een degelijke sociale bescherming voor iedereen impliceert dit een structurele ingreep in een (economisch) systeem dat zowel armoede produceert als het vervolgens bestrijdt. Liefdadigheid, aldus mythe nummer vier, is dus uit den boze als het niet is verknoopt met iets structureels, iets wat maatschappelijke verandering kan teweegbrengen. Soms is dat meer het geval dan anders: doneren aan 11 11 11 is structureler van aard dan doneren aan moeder Theresa, aldus Mestrum. Maar daar waar solidariteit geven en nemen impliceert op basis van gelijkheid, vertrekt liefdadigheid niet alleen vanuit een machtsrelatie, maar bestendigt ze die ook. En ten vijfde: ‘wat we zelf doen, doen we beter’. Ook op vandaag, en misschien meer dan vroeger, hebben mensen de drang om zelf iets te doen. Ze rijden met kleren naar Calais, of kopen in Delhaize een pak meel voor de voedselbank.

Het problematiseren van zeker de laatste twee mythes bracht Mestrum meermaals in aanvaring met goedmenende burgers, laatst nog in een vinnige discussie op de site van MO magazine naar aanleiding van de transporten met hulpmaterialen naar ‘de jungle’ in Calais. Mestrums punt is dat om structurele veranderingen door te voeren je structuren nodig hebt, van welke aard dan ook – maar indien armoede een politiek thema is dan gaat het hier dus ook over systemen van (politieke) vertegenwoordiging en besluitvorming. In Calais kan je in eerste instantie ter plekke hulp bieden, aldus Mestrum, maar daarna kom je onvermijdelijk op het vlak van de politiek terecht. En heeft de burgemeester van Calais weinig oren naar de besognes van Belgische burgers. Maar ook in eigen land is het niet evident. Wie betrokken is bij armoedeverenigingen kent de tweespalt vaak goed, zo bleek ook tijdens de discussie ’s avonds. Zij helpen mensen in armoede min of meer een normaal leven te leiden, maar kunnen ten gronde de zaak niet oplossen (zo het al de bedoeling is dat ze dit doen). Daarvoor hebben ze het politieke niveau nodig. En als die niet mee wil dan brengt dit Mestrum bij de vaststelling dat de lijst met armoedeverenigingen alsmaar langer wordt, terwijl de armoede niet vermindert.

Tussenruimte

Bon. Wat te doen? Iedereen ziet in dat hij of zij wel sleutels in handen heeft om het armenleed te verzachten, maar voelt ook onmacht wanneer het gaat over het werkelijk uit de wereld bannen van armoede. Het politiek-economisch systeem verander je immers niet zomaar. Een eigen, alternatief, niet-armoede-producerend systeem opzetten dan? Een alternatieve munt introduceren, een coöperatie opstarten? ‘Solidariteit door nabijheid’? Velen rond de tafel zijn de ideeën genegen. Tussen de financiële tegemoetkoming in een cinematicket en het van koers doen veranderen van de neoliberale tanker ligt een tussenruimte die kan veroverd worden en van waaruit alternatieven kunnen worden opgezet, waar solidariteit kan worden georganiseerd en zichtbaar gemaakt. De vraag is: welke rol speelt wie daarin, wil wie daarin spelen? ‘Armoedeverenigingen hebben niet als opdracht de armoede op te lossen’ of ‘de kunsten moeten de armoede niet oplossen’, klinkt het. Misschien is er wel iets van aan. Maar misschien moet iedereen zich gewoon afvragen wat hij of zij als mens wil? En de meer of mindere ruimte zoeken om daar binnen zijn organisatie mee aan de slag te gaan. En Mestrums bezorgdheid in het achterhoofd houden dat initiatieven in de tussenruimte de band met het politieke, op welk niveau ook, niet mogen loslaten.

O ja, geld

In 1994 wierp het ‘Algemeen verslag over de armoede’ dat door de Koning Boudewijnstichting werd gepubliceerd een nieuw licht op de armoedeproblematiek. Het werd immers opgesteld in nauw overleg met mensen die in armoede leven en toonde vooral aan dat armoede een complex probleem is dat meer is dan een gebrek aan geld. Wie weinig geld heeft neemt minder deel aan het maatschappelijke en culturele leven, gaat minder naar de dokter, … Armoede los je dus niet op door alleen maar meer geld te geven. Je moet ook oplossingen aanreiken voor alle problemen die er mee samen hangen.

Zonder twijfel leverde het verslag inzichten die een ferme stap vooruit betekenden in het omgaan met armoede en sociale uitsluiting. Maar soms lijkt het of we op een punt zijn gekomen waar we het gebrek aan geld zelfs geen probleem meer vinden. Armen kunnen ‘goedkoop’ naar cultuur of sport, ze kunnen voor één euro op restaurant, vinden ‘goedkope’ huisvesting (de kwaliteit ervan even terzijde gelaten). Zodus, probleem opgelost?

Iemand rond de tafel gooit het iedereen gewoon in het gezicht door te stellen dat hij met die paar honderd euro per maand gewoonweg niet rond komt en dat die situatie al jaren zo is met weinig verbetering in ’t verschiet. Alle goedbedoelde maatregelen voor van alles en nog wat ten spijt. Niet dat een hoger maandelijks inkomen al zijn problemen in één klap oplost. Maar toch wel heel veel ervan. Mestrum beaamt volmondig. Ze ontkent niet dat armoede een probleem is met vele dimensies. Maar ze stelt wel dat de kern van het probleem een gebrek aan inkomen is. Daar zijn oorzaken van en gevolgen. Maar terwijl nu vooral de gevolgen worden bestreden, moeten ze worden vermeden door maatregelen te nemen die op de oorzaken inwerken.

Wordt armoede nog echt bestreden? Of wordt ze gefaciliteerd en installeren we zo een goedbedoeld maar alvast op menselijk vlak problematisch sociaaleconomisch apartheidsregime?

De meest recente armoedecijfers tonen een stabilisatie van het armoederisico in Vlaanderen. Op vandaag wordt dat al gezien als een overwinning. Maar dat betekent dat nog steeds 10,8 procent van de Vlamingen in armoede leeft. Tegelijk neemt de kinderarmoede jaar na jaar toe. Enige jaren geleden hingen uit alle ramen witte geknoopte lakens. Zo van die lakens waarmee in stripverhalen gevangenen ontsnappen. Die lakens zijn verdwenen. Er lijkt geen ontsnappen meer aan. In een veldslag zegt de witte vlag ‘ik geef me over’. De verdwenen lakens lijken te snikken, ‘we leggen er ons bij neer’.

Laat ons tijdens de volgende Verzetdag met zijn allen even luisteren naar Wannes Cappelle zijn lied Geld, waarin hij treffend verwoord: “Waarom zit den boer nie up zin wuf moar up zin veld? Voe ’t geld.”

dromen – denken – durven – doen

Hart boven hard is een verbindende beweging.

Als we ons samenleven echt op een andere leest willen schoeien, “dan hebben we niet meer de luxe om elk voor onze eigen winkel op te komen. De vakbonden voor werk, de vredesactivisten voor vrede, armoedeverenigingen tegen armoede, minderheden tegen racisme, de bibliothecarissen voor de bib, culturo’s voor cultuur…” (Wouter Hillaert)

We willen denken, doen, verbinden en experimenteren.

  • Denken: Wij denken dat er veel alternatieven zijn. We willen die alternatieven aan de hand van de tien hartenwensen uitdiepen en die hartenwensen een regionale vertaling geven via reflecties, debatten en discussies. Dialoog staat hierbij centraal. We stellen ons op als een zoekende groep, steeds bereid om in overleg te gaan. Ons doel is een toekomstverhaal.
  • Doen: Wij willen beweging maken door mensen te motiveren om te denken over hoe het anders kan. Dat doen we door kleine acties, grote momenten en alles wat daar tussen ligt. We grijpen kansen uit de regio aan om de tien hartenwensen onder de aandacht te brengen. Actie mag ook leuk zijn: we willen de denkers én de doeners aanspreken. We zijn een open groep, iedereen die wil werken en denken rond de tien hartenwensen is welkom.
  • Verbinden: Hart boven hard wil verbinden wat is. Er zijn al veel mensen en organisaties bezig rond duurzame alternatieven en de tien hartenwensen, zowel denkers als doeners. Door die vele initiatieven te verbinden maken we hun en dus onze boodschap sterker. Deze mensen en organisaties willen we daarom ook motiveren om in hun dagelijkse praktijk mee Hart boven Hard uit te dragen, inhoudelijk en visueel. Hart boven hard is een platform, een label en een beweging.
  • Experimenteren: Hart boven Hard creëert een experimenteerruimte, waar mensen in alle vrijheid de oefening kunnen maken over welke samenleving zij wensen. Dé ultieme oplossingen bestaan niet, er is geen blauwdruk die klaarligt om uit te voeren. We baseren ons wel op waarden als openheid, solidariteit, duurzaamheid. Zij zijn richtinggevend zijn voor wat we doen. Hart boven Hard is een vrijplaats waar mensen kunnen dromen, denken, durven en doen.
Image

Image

Een verslag van Hartslag Kortrijk - 7 maart 2015

Tien hartenwensen voor de regio Kortrijk en de voorbereiding van de Grote Parade in Brussel eind maart. Dat was de agenda van Hartslag in The Level in Kortrijk op 7 maart 2015. Een kleine honderd aanwezigen werkte en discussieerde een hele dag lang, geïnspireerd door proffen Eric Corijn en Jan Blommaert.

Fietswielen, banden, slingers, verf en papier. Dat waren de ingrediënten waar deelnemers mee aan de slag gingen om objecten te maken voor de Grote Parade van Hart boven Hard die eind maart plaats vindt in Brussel. De kleurige creaties moeten de hartenwensen symboliseren van Hart Boven Hard: duurzame alternatieven voor de wereld van morgen. Naast de objecten schilderden de deelnemers ook spandoeken met leuzen als “Moet ik superman zijn om een woning te huren?” of “Stop de jacht op werklozen maar open de jacht op werk”.

Doen en denken

Werkgroepen gingen intussen aan de slag rond de tien hartenwensen. Deze werden gebundeld in vier clusters en beurtelings besproken:

  • Welvaart herverdelen – Over hoe we geld en welvaart eerlijker kunnen herverdelen
  • Eerlijk werk – Over hoe we kunnen omgaan met een economie die veel eist en hoe het anders kan
  • De wereld is van ons en iedereen – Over verschillen, gelijkenissen en solidariteit veraf en dichtbij
  • Think global, act local – Over de leefbaarheid van de wereld en je onmiddellijke leefomgeving en hoe we daar samen aan kunnen werken

Welvaart herverdelen

“We moeten het systeem herdenken. Winstmaximalisatie stoot op grenzen en iedereen moet een eerlijke bijdrage leveren”, klonk het in de discussie rond een rechtvaardige verdeling van de welvaart. De rol van de overheid, de vele kansen die coöperatieven bieden werden belicht, maar ook gingen de deelnemers kritisch in op onze eigen rol als consument. “De vrije markt alleen redt het niet”, klonk het.

Een basisinkomen gefinancierd door een taks op vervuiling zou een deel van de oplossing kunnen bieden. De overheid moet werk maken van een sterke aanpak van fiscale fraude en voldoende middelen blijven hebben om welvaart voor iedereen mogelijk te maken. “Zelfs voorstanders van privatisering komen terug op hun stappen. De voordelen blijven uit, de kosten voor de samenleving lopen op.”

De deelnemers kwamen tot de conclusie dat communicatie belangrijk wordt de komende tijd. Communicatie over mogelijke alternatieven, zoals een basisinkomen. Maar ook communicatie over wat de overheid doet met haar middelen. Mensen zouden eens voorgerekend kunnen worden wat zij in hun levensloop van mogelijkheden gekregen hebben dankzij een herverdelende overheid, via onderwijs, ziekteverzekering, collectieve voorzieningen. “Investeren in het publieke domein is goed voor iedereen.” Door goede communicatie en dialoog moeten we polarisatie ook tegengaan. “De wereld veranderen begint bij jezelf”, klonk het tenslotte, “Maak de verandering praktisch en concreet.”

Eerlijk werk

Werkende armen, consumentisme, ongelijke kansen op de arbeidsmarkt waren de veel opgesomde problemen die deelnemers zagen op de huidige arbeidsmarkt. Op Hartslag stelden ze dat er heel veel vormen van arbeid zijn en dat allemaal naar waarde moeten worden geschat. Zo is er arbeid in profit en non-profit, vrijwilligerswerk,…  “Werkbaar werk” is arbeid die leidt tot ontplooiing en maatschappelijke meerwaarde. Werkbaar werk moet er zijn voor hoog- én laaggeschoolden.

In de workshop groeide de idee om een alternatieve munt te ontwikkelen voor de streek waarmee wederzijdse diensten en arbeid ook op een niet-financiële basis mogelijk kunnen worden. Een dergelijk alternatief baseert zich op samenwerking en duurzaamheid. Goede inspiratie is alvast het LETS-systeem dat al bestaat in de regio.

De wereld is van ons en iedereen

In de discussie rond diversiteit leefde de bekommernis dat samenleven en contact hebben met mensen met een andere culturele achtergrond in de praktijk moeilijk is. “Via onze kinderen komen we soms in contact met andere culturen, maar de relatie, het contact leggen met de ouders is niet altijd eenvoudig”, klonk het.  “Een vertegenwoordiging van allochtone origine in Hart boven Hard zou aangewezen zijn. Ook de diversiteit binnen onze groep is beperkt.”

De deelnemers van Hartslag zagen twee uitdagingen. De eerste is om meer contact te maken, om verbindend te werken. Er zijn een aantal initiatieven in Kortrijk, maar we vinden elkaar nog te weinig. We moeten bekijken hoe die initiatieven in een groter geheel kunnen gegoten worden. We moeten ook zoeken naar wat onze gemeenschappelijke belangen zijn en waar de plaatsen zich bevinden waar de belangen gemeenschappelijk zijn.

Een tweede uitdaging is het bouwen van een positieve communicatie over superdiversiteit. Er is een groeiend racisme te merken. Om polarisering tegen te gaan hebben we nood aan een betere kennis over elkaar. We moeten ook meer positieve verhalen naar buiten brengen.

Think global, act local

“We moeten concrete vormen van solidariteit uitbouwen waarbij individuen ook duidelijk een meerwaarde zien”, was één van de conclusies in de workshop over ecologie, lokale democratie en leefbare buurten. Die nieuwe vormen van solidariteit koppelen het individuele aan het collectieve belang. Ze houden rekening met tijdelijk engagement, moeten niet altijd spectaculair zijn en vormen mee het “kleine ontmoeten”.

“Leefbaarheid begint aan de schoolpoort” klonk het. Eenzaamheid, de onwennigheid van nieuwkomers zijn niet te onderschatten fenomenen die je kan oplossen door kleinschalige initiatieven te doen op een herkenbare schaal: het dorp, de straat, de wijk, de school.

Lokale democratie heeft mensen nodig die een stem hebben en die dingen in gang zetten, die ook anderen helpen om stem te vormen. “Burgers moeten politieke actoren in plaats van politieke consumenten worden.” Op Hartslag pleitten de deelnemers voor lokale platformen die verbinding maken tussen groepen mensen en waar de overheid ook mee aan tafel zit als gesprekspartner. De politiek mag burgerinitiatieven niet recupereren, maar moet slim ondersteunen. “Wij zijn de overheid”, klonk het op Hartslag, “Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid opnemen.”

“Ontmoeten is een behoefte. We moeten initiatieven verbinden, plekken creëren waar we in dialoog gaan en elkaar ontmoeten. Bijvoorbeeld in de parken of andere publieke ruimtes.” Kennis over de ander is de start van dialoog.

Ontmoetingsplekken en communicatie in de regio

‘s Namiddags gingen de deelnemers van Hartslag aan de slag met bovenstaande bevindingen. Ze zoomden in op formules voor ontmoeting, dialoog en communicatie.

“We moeten een ontmoetingsplek creëren waar verschillende initiatieven elkaar vinden en elkaar sterker kunnen maken. Daarvoor moeten we duurzame alternatieven in kaart brengen en een gezamenlijke communicatie opstarten.”

Een andere groep ging aan de slag rond de communicatie van Hart boven Hard, en daarbij werd eerst de doelstelling van de beweging onder de loep genomen. “We zijn geen politieke partij en functioneren niet volgens de wetten van de klassieke politiek. We zijn een beweging die positieve duurzame alternatieven uitdraagt en die verbindend wil werken tussen initiatieven en zo politieke invloed wil ontwikkelen. Maar we doén ook wat we zeggen en we gaan ook zelf aan de slag. En dat is onderscheidend”, klonk het bij de discussie rond de doelstellingen van Hart boven Hard. De beweging groeit vanuit inhoud en engagement, authentiek en zonder de gebruikelijke toeters en bellen. “Maar we mogen niet naïef zijn.”

“Het logo van Hart boven Hard zou een keurmerk, een label moeten zijn dat initiatieven verbindt.” De deelnemers gingen op zoek naar leuke, positieve, kleine en concrete acties om het gedachtengoed van Hart boven Hard in de toekomst uit te dragen. “We zullen in de toekomst studeren, politieke invloed ontwikkelen, acties voeren en elkaar ontmoeten”, veel werk- en actievormen dus samen.

Net als in achttien andere steden is er ook in Kortrijk een Hart boven Hard-groep. In oktober bracht die nogal wat volk bijeen voor het debat in de Schouwburg en op 15 december, de dag van de nationale staking, zette die de actie Pont du Coeur op. Meer weten of interesse om je zelf mee in te zetten? Stuur een mailtje naar kortrijk@hartbovenhard.be.