Visietekst diversiteit

Download

Solidariteit en democratie in een superdiverse samenleving

– It doesn’t matter where you came from, as long as we travel together –

Vooraf…

Er valt geen samenleving te bedenken zonder diversiteit. Individuen en gemeenschappen verschillen nu eenmaal door taal, fysieke kenmerken, cultuur, geslacht, religie, seksuele geaardheid, huidskleur… Die diversiteit zal er altijd zijn.

Belangrijk aan deze verschillen zijn vooral de basisrechten en de mogelijke ongelijkheden die ermee verbonden worden. Waar vrouwen minder verdienen dan mannen, sommige gebouwen ontoegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel, of iemands seksuele geaardheid voor een andere behandeling zorgt, misloopt een samenleving allerlei kansen.

Zo zien we vandaag dat, zeker door de economische crisis, vele verschillen sterk op de spits gedreven worden. Vooral rond etniciteit en religie speelt zich in onze samenleving een steeds fellere polarisering af, over vraagstukken als migratie, racisme en discriminatie. Ze dienen als ventiel voor de maatschappelijke verhitting die samenhangt met het groeiende onevenwicht tussen arm en rijk.

Daarom spitst Hart boven Hard zijn visie op diversiteit in eerste instantie toe op etnisch-culturele diversiteit, hét strijdperk van vandaag. Dat wil niet zeggen dat we andere verschillen en machtsverhoudingen, zoals gender of fysieke mogelijkheden, links laten liggen. We beschouwen deze visietekst ook niet als een onveranderlijke wettekst, maar als een dynamisch document – voortdurend in heronderhandeling met de maatschappelijke realiteit.

Welkom in de 21e eeuw…

De realiteit is dat we in een superdiverse samenleving leven. In onze grootsteden wordt de meerderheidsgroep van weleer één van vele minderheden. In Antwerpen wordt 6 op 10 kinderen geboren in een gezin met een andere moedertaal dan het Nederlands. Bestonden de etnische minderheidsgemeenschappen in ons land dertig jaar geleden nog vooral uit Marokkanen, Turken en Italianen, dan komen de grootste migratiestromen vandaag uit Nederland, Frankrijk, Marokko, Polen, Roemenië, Turkije en Congo. Volgens het Federaal Planbureau verdubbelde de immigratie in België sinds 1990 elk decennium en wordt 2010-2020 hét decennium van de immigratie.

Welkom in de eenentwintigste eeuw, met een stedelijke bevolking die heel gefragmenteerd is qua afkomst, taal, cultuur, levensbeschouwing en etniciteit. Ook nieuwkomers hebben allesbehalve één profiel. Hun opleidingsniveau, talenkennis en sociaaleconomische omstandigheden kunnen sterk verschillen. Samen geeft dat een complexe meervoudigheid. Die superdiversiteit valt ook niet terug te draaien. Het model van eenzijdige aanpassing van minderheden aan een dominante meerderheidsgroep (assimilatie dus) is dan ook verleden tijd. Iederéén zal zich moeten aanpassen aan de nieuwe realiteit.

Samenleven in superdiversiteit is…

  • Willen onderhandelen over gezamenlijke regels die dat samenleven mogelijk maken, met aandacht voor de geldende machtsverhoudingen. De oplossing is niet bij voorbaat gegeven, de norm ligt niet vast.

  • Erkennen dat onbegrip en fundamentele meningsverschillen niet te vermijden zijn, en zelfs niet noodzakelijk negatief. Wel moet er met respect geluisterd worden naar elkaars standpunt.

  • Ons uitgedaagd voelen om een ‘nieuwe wij’ te construeren. We vertrekken niet vanuit een gemeenschappelijke traditie en een gedeeld verleden, maar naar een gemeenschappelijke toekomst.

Twee belangrijke inzichten vormen een goed begin:

  1. Migratie heeft vele (economische) gezichten

  2. Superdiversiteit staat niet los van arm en rijk

It’s the economy, stupid…

Migratie was na de Tweede Wereldoorlog een belangrijk instrument in het streven van westerse landen naar maximale winst, onder meer via goedkope arbeidskrachten. In 1964 sloot België akkoorden met Marokko en Turkije, om gastarbeiders te werk te stellen in de industrie. Zij stonden mee aan de wieg van de welvaartstaat en droegen bij tot de sociale zekerheid. Door de economische recessie in de jaren ’70 werden die officiële migratiekanalen in 1974 niet langer nodig geacht en zo goed als onmogelijk gemaakt. Vanaf dat moment kwamen de gezinnen van de gastarbeiders enkel via gezinshereniging in België terecht, en werd het voor vele anderen veel moeilijker om het land binnen te komen.

Vandaag zien we een ander soort migratie. Het is vooral de geopolitieke en economische inmenging van westerse landen in het Zuiden en het Midden-Oosten die tot migratiegolven naar West-Europa leidt. Deze migratie confronteert ook België, en zijn gemeenten, met een nijpend vraagstuk rond opvang en begeleiding. In de media wijst men daarvoor vaak de vluchtelingen en asielzoekers zelf als schuldige aan, maar feit is vooral dat in 2011 drastisch is bespaard op de opvangcapaciteit voor vluchtelingen. Het beleid probeert de immigratie van (oorlogs)vluchtelingen ook drastisch in te perken: vluchtelingen worden afgeschilderd als loutere ‘gelukzoekers’, steeds luider klinkt de roep om een herziening van de Conventie van Genève van de VN, die sinds 1951 de rechten bepaalt van internationale vluchtelingen. Het accent verschuift van opvang- naar push back beleid, naar uitwijzing en de grenzen sluiten. Migratie staat dus nooit los van economische push- en pull-factoren, waar Europa mee verantwoordelijk voor is.

Ook superdiversiteit is in de eerste plaats een sociaal-economisch verhaal. Het neoliberale beleid vanaf de jaren 1980 creëerde een groeiende kloof tussen arm en rijk, en een nieuwe vorm van uitsluiting voor grote groepen die in precaire omstandigheden leven. Zeker bij mensen met een migratieachtergrond richt die sociale ongelijkheid grote schade aan, leren de cijfers. Zo leeft ruim de helft van de mensen met Marokkaanse roots onder de armoedegrens. Bijna één op twee werkende mensen van vreemde origine heeft een laagbetaalde job. Mensen met een migratieachtergrond zijn dus kwetsbaar voor twee uitsluitingsmechanismen: sociale uitsluiting (waar alle lagere klassen mee geconfronteerd worden), gecombineerd met discriminatie op basis van etniciteit en geloofsovertuiging. Die discriminatie in het onderwijs, op de huurmarkt, bij sollicitaties, … wordt voortdurend aangetoond door onderzoek.

Die dubbele uitsluiting treft uiteindelijk iedereen. De precaire leef- en werkomstandigheden van veel mensen met een migratieachtergrond vormen het laboratorium voor de gestage afbraak van de sociale verworvenheden van iedereen. Is het toeval dat juist de werkgeversfederaties zich in de media positief uiten over de instroom van vluchtelingen? Ze zien er goedkopere arbeidskrachten in. Zo kan onderaan de sociale ladder de concurrentie toenemen, én de druk op ieders (minimum)loon. Ook de koppeling van het recht op een leefloon of een sociale woning aan taalkennis en burgerschap, lijkt een opstap naar het voorwaardelijk maken van rechten voor iedereen. We zitten in hetzelfde schuitje. Veel crucialer dan onze ‘culturele verschillen’ is ons gedeelde sociaal-economische belang.

Dominante ideeën over diversiteit…

Naast de naakte cijfers, en bovenop een diepere economische werkelijkheid van ongelijkheid, is diversiteit ook een kwestie van minder tastbare ideeën en overtuigingen. Ook zij bepalen mee hoe onze samenleving kijkt naar samenleven met verschil. Wat zijn enkele dominante tendensen in deze ideeënvorming, waartegen Hart boven Hard zich wil verzetten?

  1. Het koloniale denken van weleer leeft voort in de geesten. Al zijn de Europese kolonies van weleer nu onafhankelijke landen, dat wil niet zeggen dat ook het bijhorende machtsdenken al ‘gedekoloniseerd’ is. De handelsrelaties met het Globale Zuiden steunen nog steeds op ongelijkheid en uitbuiting. Ook cultureel zegt het dominante denken dat Europa als ‘wieg van de democratie’ het centrum van de wereld uitmaakt. Westerse normen gelden als universeel. De sporen van de koloniale overheersing blijven het straatbeeld bepalen, bijvoorbeeld in monumenten. Het vaste denkschema in media, onderwijs en politiek beleid is vaak nog altijd: the west and the rest. In de nieuwe wereld van vandaag moeten we ons juist oefenen om vanuit meerdere perspectieven te denken, ‘to decolonize the mind’.

  2. Racisme geldt vaak als een verschijnsel in de marge, als een persoonlijk probleem. Van de zwarte slavernij in Amerika en antisemitisme tijdens de Tweede Wereldoorlog tot islamofobie vandaag: racisme is het idee dat je op basis van etniciteit, cultuur of ‘ras’ conclusies kan trekken over hele bevolkingsgroepen, die dan door de dominante meerderheid in een minderwaardige positie gedwongen worden. Etnisch-culturele minderheden ervaren die structurele uitsluiting en discriminatie als een alledaagse praktijk: op de woon- en de arbeidsmarkt, bij deelname aan culturele en politieke activiteiten, … Toch wordt racisme vaak gerelativeerd en als iets uitzonderlijks gezien. Racistisch gedachtegoed geldt veelal als een moreel probleem van individuen, die dan louter te weinig openheid en respect zouden tonen. Het wordt zelden gezien als een politieke of ideologische kwestie. Voor de politieke elite bestaat er geen structureel racisme en is het geen collectief fenomeen. Vaak krijgen juist de slachtoffers de schuld van racisme, bijvoorbeeld ‘omdat ze zich niet aanpassen’.

  3. Superdiversiteit wordt gezien als een ‘clash van culturen’, waarbij minderheden zich moeten aanpassen aan ‘onze’ cultuur. Zo bestempelt het dominante denken in onze samenleving vele problemen – asociaal gedrag, werkloosheid, criminaliteit, seksueel geweld, … – als culturele of religieuze verschillen bij de ander: ‘het zit nu eenmaal in hun cultuur’, ‘zo staat het in de Koran’. Protest van achtergestelde groepen wordt dan begrepen als een louter conflict van waarden en normen, dat we moeten oplossen met integratie en inburgering. Voor die integratie komt de lat wel steeds hoger te liggen – vloeiend de taal spreken, een job hebben, goed scoren op school, deelnemen aan het vrijwilligersleven, … – terwijl ‘de modale Vlaming’ niet aan deze criteria hoeft te voldoen om tot de samenleving te horen. Die hoort er vanzelf bij. Dit creëert een exclusieve maatschappij van ‘binnen’ en ‘buiten’. Ze bouwt op een ideaal van een homogene cultuur zonder grote verschillen, terwijl het juist dat ideaal is dat een aantal spanningen mee veroorzaakt.

  4. Een exclusieve invulling van het neutraliteitsprincipe sluit groepen mensen uit. Op papier zegt dat principe dat het onderwijs of het publieke leven meerdere levensbeschouwingen naast elkaar moet toelaten, maar in de praktijk wordt het steeds meer ingevuld als een uitsluitend principe, zeker tegenover de islamitische levensbeschouwing. Ooit betrof die neutraliteitsvereiste louter de overheid, daarna volgde het personeel in overheidsdiensten, dan leerkrachten en leerlingen in het gemeenschapsonderwijs en nu is het ook meer en meer van toepassing in het bedrijfsleven. Beleidsbeslissingen als het ‘hoofddoekenverbod’ zetten universele rechten als godsdienstvrijheid en keuzevrijheid van vrouwen steeds meer onder druk, en weren bepaalde levensbeschouw­ingen uit het publieke domein. Onder het mom van ‘onze westerse verlichtingsidealen’ worden een paar van die idealen – zoals levensbeschouwelijk pluralisme – juist afgevlakt. Dit verbod op levensbeschouwelijke kentekens werkt uitsluiting en segregatie in de hand op juist die domeinen waar iedereen gelijke kansen zou moeten krijgen, zoals op school en op het werk. Het is trouwens in strijd met de Antidiscriminatiewet, aldus de Raad van State.

De alternatieven van Hart boven Hard…

Als breed platform van burgers en verenigingen laten we ons inhoudelijk verhaal leiden door een aantal principes en standpunten. Deze alternatieven bouwen op de tien hartenwensen van Hart boven Hard, maar kunnen nooit definitief zijn: ze zullen mee evolueren met de dialoog die we blijven voeren met de actualiteit en de diverse dynamieken binnen en buiten ons brede platform.

+ Superdiversiteit is ons vertrekpunt.

  • We verwerpen het assimilatiemodel (éénzijdige aanpassing aan een dominante groep) en kiezen voor de principes van samenleven in superdiversiteit. Onze leidraad daarbij is niet de geldende norm, maar het geheel van elementaire mensenrechten.

  • We pleiten voor een erkenning van de historische bijdrage van de zogenaamde ‘gastarbeiders’ aan onze samenleving, bijvoorbeeld in het straatbeeld.

+ We verzetten ons tegen een louter culturaliserende kijk op conflicten. We analyseren spanningen vanuit hun grote complexiteit, met een sociaaleconomische kijk op basisrechten als een belangrijk ingrediënt. Cultuur is een veranderlijk en dynamisch gegeven.

  • Ethnic profiling’ is een vorm van staatsgeweld en dient ernstig aangepakt te worden. Het verdeelt mensen, voedt de polarisering.

  • In de media worden vormen van uitsluiting, geweld en discriminatie op alle domeinen, van homohaat tot agressie tegen vrouwen, vaak vernauwd tot ‘cultuur’. We vinden dat inbreuken daartegen bekeken moeten worden als juridische gevallen, niet als culturele gebruiken.

+ De aanpak van sociale ongelijkheid en discriminatie moet hand in hand gaan. Waar racisme en discriminatie structureel aanwezig zijn, moet je ze ook structureel aanpakken.

  • We eisen praktijktesten op arbeidsmarkt, woningmarkt, onderwijs,…

  • Elke vorm van discriminatie moet bestraft worden.

  • We eisen verplichte streefcijfers bij aanwerving voor een job, om discriminatie op de werkvloer te doorbreken.

+ We willen bijdragen aan een dekolonisering van het denken in Europa. We doorbreken het denkbeeld dat Europa het lichtend voorbeeld is van democratie en welvaart, een baken voor de rest van de wereld.

  • We pleiten voor het opnemen van een realistische geschiedenis van de kolonisering in de curricula van het Vlaamse onderwijs, waarbij ook het geweld en de onderdrukking van de kolonisatoren wordt beschreven en het perspectief van de gekoloniseerden een stem krijgt.

+ We kiezen voor een inclusieve samenleving, waarbij levensbeschouwingen ook in de publieke sfeer aanwezig zijn. We staan voor een inclusieve visie op neutraliteit en vinden dat geen enkel individu neutraal kan zijn.

  • We pleiten voor het afschaffen van het hoofddoekenverbod in het onderwijs en bij loketbedienden van de overheid.

  • Ons leidende principe in het ‘hoofddoekendebat’ is het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw. We zijn tegen dwang in beide richtingen: tegen mogelijke dwang om een hoofddoek op te zetten, en tegen het verbod om hem af te zetten.

+ Wij pleiten voor een menswaardige opvang van vluchtelingen en mensen zonder wettelijk verblijf door de overheid, en de ondersteuning van burgers die zich daar mee voor engageren.

  • De Conventie van Geneve biedt een minimale basis die niet verlaagd kan worden.

  • We pleiten voor een onvoorwaardelijke voorziening van elementaire basisrechten als gezondheidszorg, huisvesting, psychologische begeleiding … voor iedereen op het grondgebied.

  • We verzetten ons tegen overheden die in gebreke blijven t.o.v. internationale afspraken en rechten, en die burgers gaat criminaliseren die vluchtelingen een waardige opvang helpen bieden.

+ Ontwikkelingen in de rest van de wereld kan je nooit buitensluiten, die hebben ook impact op onze eigen omgeving. Bij internationale conflicten analyseren we de economische en geostrategische belangen in de houding van onze overheden. We hebben aandacht voor zowel de rechten en het eigen verhaal van lokale bevolkingsgroepen, als voor mogelijke alternatieven die hun belangen kunnen ondersteunen.

  • Militaire interventies bieden zelden een oplossing, vaak integendeel. Antwoorden op conflict moeten in verhouding staan met het conflict zelf. Het kan niet dat we in landen zoals Afghanistan, Irak en Syrië interveniëren en daarna een muur optrekken voor de gevolgen en de slachtoffers van die oorlogspolitiek.

  • We verwerpen elke dubbele houding tussen economische belangen en morele standaarden (bv. inzake wapenexport)

  • We verzetten ons tegen de bezettingspolitiek van Israël jegens Palestina.

Actie: de interne diversiteit van Hart boven Hard

Hart boven Hard profileert zich als een verbindende beweging met ‘diversiteit’ als één van haar meest prioritaire thema’s.

Tegelijk is er het brede aanvoelen, zowel binnen als buiten de beweging, dat we onze maatschappelijke wensen rond ‘superdiversiteit’ beter kunnen en moeten waarmaken in de beweging zelf. Practice what you preach: dat is de missie…

We schuiven daarvoor drie doelen naar voren voor 2017:

  • WAT? HbH draagt een heldere inhoudelijke visie uit rond diversiteit en antiracisme, op basis van sociale grondrechten. Die visie wordt mee gedragen door de hele beweging, van de nationale teams tot de lokale kernen.

  • HOE? HbH beschouwt en praktiseert die visie niet als een apart, maar als een transversaal thema. Diversiteit is dus een aandachtspunt binnen alle thema’s en domeinen waar HbH rond werkt en zich manifesteert.

  • WIE? HbH is een beweging die in haar publieke activiteiten en haar interne werking een weerspiegeling biedt van de etnisch-culturele, religieuze, seksuele, sociaal-economische en gender-diversiteit van onze samenleving: alle betrokken stemmen rond haar thema’s spreken mee (desnoods via heel betrokken spreekbuizen), en voelen zich thuis en gelijk behandeld binnen HbH.

Hoe pakken we dat concreet aan?

1. Visie verfijnen: we blijven onze visie geregeld aftoetsen bij betrokken organisaties en diversiteitsexperts, bekijken samen hoe we hun doelstellingen mee kunnen versterken, en organiseren binnen HbH (lokale) avonden rond thema’s die verband houden met diversiteit.

2. Communicatie: we werken een communicatiestrategie en -plan uit, en laten vaker onze standpunten horen rond racisme, discriminatie, islamofobie, polarisatie, extreemrechts, …

3. Actie: voor eigen acties maken we extra werk van input van en contacten met organisaties die diversiteit hoog in het vaandel dragen, en we steunen actief antiracisme-acties van andere bewegingen.

4. Interne diversiteit: op inhoudelijke momenten besteden we actief aandacht aan een diversiteitsperspectief op onze verschillende thema’s, bij de samenstelling van panels wordt de diverse waaier van sprekers een prioritair aandachtspunt, en bij evaluaties van onze werking vormt ‘diversiteit’ een van de sleutelcriteria.

5. Structuren: we ondersteunen lokale teams met een interactieve workshop ‘decolonize the mind’, versterken onze nationale teams met een of meerdere leden met een extra inzicht, aandacht en/of netwerk voor het thema diversiteit, en één keer per jaar laten we onze omgang met diversiteit bevragen door externe organisaties.