Zomerakkoord

Het zomerakkoord van de regering Michel:
een recept voor onzekerheid en ongelijkheid

zmrkoo

De vakantie is finaal voorbij, terug allemaal fris aan het werk? Dan wil je nu  wellicht graag weten wat het zomerakkoord van de federale regering voor jou in petto heeft. Misschien heb je het gemist omdat je op een leuk vakantieoord vertoefde. Op 26 juli raakte de regering het eens over begrotingsmaatregelen voor 2018 en, in de woorden van eerste minister Michel, “ambitieuze hervormingen voor jobs, koopkracht en sociale cohesie”.

 

De doelstelling “jobs, koopkracht en sociale cohesie” klinkt goed. Maakt dit akkoord die ambities waar? Biedt het een antwoord op de reële noden van de mensen? Verhoogt het de kwaliteit ons leven en van het samen-leven? Die vragen hadden we in ons achterhoofd tijdens de lectuur van het regeringsplan. En we beluisterden ook andere commentaren op dat plan.

Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) spreekt over het zomerakkoord als “een belangrijke doorstart voor de regering Michel” en prijst “belangrijke stappen voorwaarts”. De werkgeversorganisatie is vooral enthousiast over “de ingrijpende hervorming van de vennootschapsbelasting en de verdere dynamisering van de arbeidsmarkt”[1]Met Hart boven Hard lezen we het akkoord heel anders.

Net die twee ingrepen zullen bij de gewone mensen hard aankomen. De verlaging van de vennootschapsbelasting dreigt een (nog groter) gat in de staatskas te slaan. Komt er dan een nieuwe besparingsronde aan? Dat is slecht nieuws voor al wie hoopt op investeringen in onderwijs en cultuur, in sociale woningen, in ecologische projecten, in zinvol werk voor jongeren. En de beloofde jobs komen er misschien wel in aantal, maar dan enkel als je flexi-jobs en mini-jobs meetelt als echte banen. Het is ons een raadsel hoe dit regeringsrecept koopkracht en sociale cohesie kan garanderen.